Over vier generaties, bergen beklimmen en kruidenmengseltjes

De prachtige zonsopgang, de sprookjesachtige witte bergen op de achtergrond, de toeterende Suzuki Alto’s, de kleine gulle monniken, de brutale aapjes, de wapperende Tibetaanse vlaggetjes, de verslavende momo’s, Kunga’s verzameling Tibetaanse muziek, de gekleurde bootjes op het meer en de rode zonsondergang.. Het lijkt haast onwerkelijk dat we morgen alweer naar huis gaan. Natuurlijk zal het fijn zijn om weer thuis te komen, maar ergens heb ik meer dan anders moeite met afscheid nemen. De tijd die we hier doorgebracht hebben was zo fijn en mooi, dat het hier als thuis is gaan voelen. Toen we 2 maanden geleden doodmoe aankwamen in Kathmandu (of eigenlijk alleen ik doodmoe, want Samuel sliep al voor het vliegtuig opsteeg en ik moest hem wakker schudden bij aankomst) na een vlucht met vijf uur vertraging dacht ik nog: ‘waar ben ik in vredesnaam aan begonnen?’ And here we are, duizend ervaringen rijker.

Vorige week zijn mijn moeder en oma naar Nepal gekomen om ons hier op te zoeken. Het voelde eerst wat vreemd om hen mee te nemen naar alle plekken die voor ons zo speciaal waren geworden. Maar binnen korte tijd werden zij al net zo hartelijk onthaald als wij en was het erg leuk om met vier generaties helemaal in Nepal te zijn. Na een keer momo’s eten waren ze ook om en ze vonden het klooster gelukkig een prettige verblijfplaats. Toen ik hun enthousiasme bij het zien van loslopende koeien op straat zag en hun fanatieke pogingen aanschouwde van het foto’s maken van rijstvelden vanuit de bus realiseerde ik me dat ik al aardig gewend was geraakt aan het Nepalese leven. Glimlachend haalde ik mijn schouders op toen mij door mijn moeder op het hart werd gedrukt dat ik de volgende keer toch wel een fatsoenlijke taxi met autoriemen moest regelen (als je daar op moet wachten kun je beter gaan lopen, want dan ben je er sneller).

Ondanks mijn liefde voor het land zijn er ook dingen die ik niet ga missen. De veel te pittige chilisaus (waardoor je soms een dag buikpijn hebt), het idiote rijgedrag van het gros van de Nepalese taxichauffeurs, de rochelende mensen (de rillingen lopen nog steeds elke keer over mijn rug), de stroom die plotseling uitvalt waardoor je ineens niet meer kan internetten/koffie kan zetten of normaal de weg kan vinden in je eigen kamer zonder in het donker te struikelen over je spullen. Al moet ik toch toegeven dat al die ergernissen ineens zo onbenullig lijken nu het moment van vertrek nadert.

Afgelopen weekend heb ik met mijn oma, moeder, Samuel en Tsetan (die sinds ik hier ben een heel fijne vriendin is geworden) een trektocht in de Himalaya gedaan. Omdat de leeftijden varieerden tussen de 2 en 81 jaar bleek Tadapani (ons einddoel) niet helemaal haalbaar voor iedereen. Dus bleven mijn oma, moeder en Samuel na de eerste dag in Ghandruk en klommen Tsetan en ik verder omhoog naar Tadapani, waar haar vader en zus wonen in het hoogseizoen. Het was een flinke klim, maar erg speciaal om samen met haar te doen. Onze levens zijn zo totaal verschillend, maar toch hebben we ook zoveel overeenkomsten. De uren van onze klim kletsten we vol en na een flinke regenbui te hebben overleefd kwamen we eindelijk in Tadapani aan. Ik was vergeten hoe gemoedelijk zo’n trekkersdorpje was en hoe gezellig het is om ’s avonds met elkaar om een vuurtje te zitten terwijl je je handen warmt aan een kopje masala thee.

Ook hebben we vorige week de Tibetaanse dokter in het dorpje bezocht. Het gaat hier met een bezoek aan de dokter heel anders aan toe dan thuis. De dokter woont in een ander dorp en komt maar een keer per week hier. Welke dag dat gaat zijn is elke week weer een verrassing, maar gelukkig werkt de tamtam hier uitstekend. Een bijkomend nadeel van integreren in een gemeenschap is dat je ongevraagd overladen wordt met de laatste roddels over werkelijk iedereen uit het dorp. Zo weet ik inmiddels precies wie het met wie heeft gedaan, hoevaak iedereen schoonmaakt in huis, wie er niet omkijkt naar zijn of haar ouders en welke huwelijken wel of niet uit liefde zijn voortgekomen. Ik vraag me ernstig af wat er allemaal achter mijn rug over me wordt gezegd, maar dat zal ik helaas nooit te weten komen.
Afijn, gelukkig was Tsering (Tsetans moeder) zo lief om ons op een ochtend vroeg te komen vertellen dat de dokter diezelfde dag nog zou komen. Toen wij aankwamen bij de dokter werden we (serieus) gedwongen om voor te dringen en konden we al snel bij de dokter. Bij een Tibetaans kruidendoktertje stelde ik mij vroeger altijd een gerimpeld oud mannetje of vrouwtje voor die met krakerige stem in overstaanbaar Tibetaans duistere mengeltjes voor zou schrijven. Tijdens mijn onderzoek was me al duidelijk geworden dat dat niet het geval was, maar toch was ik erg benieuwd om de dokter eindelijk te ontmoeten. Vooral omdat voornamelijk de oudere generatie naar de Tibetaanse dokter ging en de jongeren steeds meer kozen voor de Nepalese dokter was ik benieuwd hoe zo’n bezoek er nou uitzag.
Niets bleek minder waar van mijn idee├źn over de Tibetaanse dokter en het bleek een krachtige jonge vrouw te zijn die haar opleiding had gedaan in Dharamsala, in India. Tibetaanse geneeskunde is een van de oudste geneeswijzen en behandelt voornamelijk kwalen met kruidenmedicijnen en het voelen van de zenuwen in de pols. Aan het doktersbezoek heb ik zelf een doosje met Tibetaanse kruidenthee overgehouden, dus dat ga ik thuis maar eens proberen.

Het is heel leuk dat mijn oma en moeder er zijn, want we doen alle dingen die ik zelf zo speciaal vind aan Nepal. Samuel was helemaal in zijn element met hun bezoek en wandelde vol zelfvertrouwen door ons zo geliefde dorpje om ook zijn favoriete plekjes aan zijn oma en overgrootmoeder te laten zien. Maar boven alles vind ik het heel bijzonder dat ze veel van de mensen konden ontmoeten die zo belangrijk zijn geweest voor mijn onderzoek en die in deze korte tijd een plekje hebben veroverd in mijn en Samuels hart. Meer dan ooit merk ik dat dit is wat ik het fijnst vind om te doen, reizen, nieuwe mensen ontmoeten en leren en schrijven over hun leven.

Al was het meenemen van Samuel soms een beperking en voel ik mijn rugpijn van hem dragen tijdens de trektocht nog, het was ontzettend bijzonder hier met hem en ik had het niet anders willen doen.
Dit is zeker niet de laatste keer dat ik met hem ver weg op reis ga, ik heb hierdoor namelijk alleen nog maar meer reiskriebels gekregen. Ook weet ik dat ik met hem terug wil gaan naar deze plek, al is het alleen om Samuel te laten zien waar hij zijn eerste Engelse woordjes heeft geleerd. Dus als het zover is horen jullie weer van me. Tot gauw en Tashi Delek!

Liefs,
Nienke